Studiecentrum  Een Cursus in Wonderen  België

Principe 14

 

Wonderen getuigen van de waarheid.

Ze zijn overtuigend omdat ze uit overtuiging voortkomen.

Zonder overtuiging ontaarden ze in magie, die onnadenkend en daardoor destructief is,

of liever, een niet creatief gebruik van de denkgeest.

 

De Cursus zegt vaak dingen zoals 'getuigen van de waarheid', of 'weerspiegelen de waarheid', wat betekent dat de waarheid niet in deze wereld is, omdat er geen wereld Is. In deze wereld kunnen we alleen de waarheid van de Hemel weerspiegelen. Paragraaf IX van hoofdstuk 14 is getiteld: "De weerspiegeling van heiligheid". In de Hemel zijn we heilig, maar niet in deze wereld. Onze heiligheid is Christus en in deze wereld kunnen we een weerspiegeling worden van Zijn Heiligheid.

Er is nog een andere paragraaf met een mooie titel: "De herauten van de eeuwigheid" (T20.V). De heraut van de eeuwigheid is de heilige relatie: een relatie die onheilig of speciaal was, vol schuld en boosheid en wrok, en die nu genezen is, wat betekent dat ze nu de vrede van de Hemel weerspiegelt. De heilige relatie is de voorloper van de eeuwigheid. In haar vereniging door vergeving weerspiegelt ze de eenheid van Christus in de Hemel. Op dezelfde manier weerspiegelt genezing de volmaaktheid van Christus, de waarheid van Wie we werkelijk zijn. Dit principe bedoelt hetzelfde als het zegt dat wonderen getuigen van de waarheid. Het wonder is niet de waarheid, het weerspiegelt de waarheid.

Vraag: De Cursus zegt dat er in deze wereld van afgescheidenheid iemand is aangewezen om jouw verlosser te zijn en dat je, als je bereid bent om het gelaat van Christus te zien, die persoon zult vinden. Betekent dit dat iedereen dat kan zijn? Elk soort relatie, niet per se een man/vrouw- partnerrelatie?

Antwoord: Een cursus in wonderen suggereert dat er bepaalde, zeer cruciale relaties in ons leven zijn en ik denk dat dit meestal de mensen zijn met wie we veel tijd doorbrengen: ouders, kinderen, partners en intieme vrienden. Het kan ook een intensieve relatie met een collega zijn, maar wat de Cursus bedoelt is een relatie die het Handboek voor leraren 'relaties van het derde onderwijsniveau' noemt: relaties die een leven lang duren (H3.5:1). Dit hoeft niet altijd zo te zijn, maar is gewoonlijk wel het geval.

Om terug te komen op principe 14: Wonderen zijn overtuigend met betrekking tot de waarheid, omdat ze voortkomen uit een overtuiging in onszelf, die in werkelijkheid 'vertrouwen' is. Het is het geloof en het vertrouwen dat we beter af zijn wanneer we de weg van de Heilige Geest kiezen, maar toch is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. We zijn er immers ook van overtuigd dat wij het 't beste weten — dat boosheid werkt, dat gescheiden belangen werken en dat onze manier om problemen op te lossen de beste is. Wat wonderen tot overtuigende getuigen van de waarheid maakt is ons geloof erin. Dit betekent geloven in het principe dat problemen beter worden opgelost als we ze aan de Heilige Geest geven.

"Zonder overtuiging ontaarden ze in magie, die onnadenkend en daardoor destructief is, of liever, een niet creatief gebruik van de denkgeest". Dit betekent dat we, als we niet op de Heilige Geest vertrouwen, vertrouwen op het ego om onze problemen op te lossen, en dat is magie. We kunnen magie definiëren als iets wat we doen om een probleem op te lossen dat in werkelijkheid niet bestaat — dus alles wat we doen op fysiek niveau. Dat is de manier waarop het ego problemen oplost. Dat is magie, die kan werken op het niveau waarop een probleem zich voordoet.

 Als je barstende hoofdpijn hebt en je neemt een aspirientje zal dit de lichamelijke pijn wegnemen, maar niet de pijn van de schuld, die tot de hoofdpijn heeft geleid. Daarom zegt de Cursus dat we magie moeten gebruiken als we daarin geloven, maar dat we niet moeten geloven dat ze het probleem oplost.

Het wonder laat ons zien wat het werkelijke probleem is. Het Tekstboek zegt dat het wonder de functie van oorzakelijkheid terug geeft aan de oorzaak (T28.II.9:3). Dit betekent dat het wonder ons leert dat de oorzaak van alle problemen zich in onze denkgeest bevindt. De wereld leert ons dat ons lichaam, of het lichaam van iemand anders, de oorzaak is van alle problemen. Ik ben bijvoorbeeld niet gelukkig omdat ik niet goed genoeg ben, of doordat jij me niet goed behandelt, of doordat de manier waarop de regering mij behandelt niet deugt, of de manier waarop het weer dat doet, of God, of de beurs, of wat het ego ook maar als oorzaak aanwijst. Het ego annuleert de oorzaak in onze denkgeest en maakt een oorzaak in de wereld.

Het wonder geeft de oorzaak, die zich in de denkgeest bevindt, de functie van oorzakelijkheid terug. Alle wonderen zeggen in feite dat het probleem niet buiten mezelf, maar in mezelf ligt. Magie zegt dat het probleem in de wereld of in het lichaam ligt en dat je het daar dus op moet lossen. We zijn zeer vindingrijk geworden in het oplossen van de problemen van de wereld. Om de problemen van het lichaam op te lossen hebben we de beschikking over medicijnen die almaar beter worden. In werkelijkheid wordt er echter geen enkel probleem opgelost, want het enige wat het ego doet is steeds weer nieuwe problemen maken. Tegenwoordig is dat kanker, vroeger was het polio, en in de toekomst zal het weer iets anders zijn. Alleen de vorm van het probleem verandert en we komen nooit bij de werkelijke oorzaak ervan: ons geloof in afscheiding.

Wanneer we magie gebruiken als een manier om de problemen in de wereld op te lossen kan ze destructief zijn. (Het gebruik van dit woord is een voorbeeld van wat vaak gebeurde in de eerste weken waarin de Cursus werd gedicteerd en van de manier waarop de communicatie verliep. Het door Helen gehoorde woord 'destructief' werd onmiddellijk verbeterd met 'niet creatief gebruik van de denkgeest'). Dat komt doordat de wereld problemen oplost door aan te vallen. Soms is de aanval subtiel, andere keren overduidelijk. Magie is echter nooit liefdevol, omdat ze altijd probeert een probleem op te lossen door liefdeloosheid, wat de Bron van liefde in onze denkgeest buitensluit.

Het  Studiecentrum ECIW België  wil de student behulpzaam zijn bij het doen van de werkboeklessen.