Studiecentrum  Een Cursus in Wonderen  België

 Inleiding

 

Een maand of twee geleden bespraken Gloria en ik wat we in deze workshop zouden doen. Gloria opperde het idee om de vijftig wonderprincipes te bespreken. Nu is dat niet mijn favoriete gedeelte van het Tekstboek, maar toen dacht ik aan de verklaring van de Koning in Alice in Wonderland, waarin hij zegt dat je moet beginnen bij het begin, vervolgens naar het einde moet gaan, en dan moet stoppen. Aangezien de wonderprincipes het begin zijn van Een cursus in wonderen is het dus logisch om daarmee te beginnen.

Na een korte inleiding zullen we zin voor zin door deze vijftig principes heen gaan. Deze eerste paragraaf van hoofdstuk 1 lijkt op een opera-ouverture. Hij bevat de belangrijkste thema's die in de rest van het Tekstboek uitvoerig worden besproken.

Ik wil het eerste gedeelte van deze workshop besteden aan de uitleg van hoe ik de vijftig wonderprincipes zie, en proberen te verantwoorden wat inconsistent lijkt te zijn met verklaringen die verderop in het Tekstboek staan. Mensen die deze paragraaf en de volgende vier of vijf hoofdstukken zorgvuldig lezen, zullen merken dat bepaalde uitspraken niet helemaal met elkaar overeen lijken te stemmen. Ook de schrijfstijl is niet van hetzelfde niveau. Daar zijn redenen voor die ik graag met jullie wil delen.

Ik ga er van uit dat de meesten van jullie weten hoe Een cursus in wonderen op papier is gekomen. Helen Schucman, een psychologe, hoorde Jezus tot haar spreken. Ze beschrijft dit zelf als 'een innerlijk dictaat; een soort mentale uitleg, in de vorm van een reeks verwante gedachten die snel achter elkaar bij me opkwamen'. Toen dit in oktober 1965 begon, was het de eerste maanden een bijzonder angstaanjagende ervaring voor haar. En hoewel dit niet van invloed was op de inhoud van wat ze hoorde, had het wel degelijk invloed op de helderheid waarmee ze luisterde. Het materiaal zelf is dus consistent met het basisonderwijs van de Cursus, maar de manier van uitdrukken is dat niet.

Vaak noteerde Helen iets en zei Jezus de volgende dag: "Dit is wat je gisteren hebt opgeschreven, maar dit is wat het moet zijn", waarna hij tegenstrijdigheden en onhandigheden in stijl en taalgebruik corrigeerde. Zo zijn de eerste hoofdstukken dus geschreven. Vanaf hoofdstuk 5 schakelt de tekst als het ware naar een hogere versnelling met betrekking tot taalgebruik en duidelijkheid.

Een ander belangrijk gegeven is, dat het in het begin nog niet om een echt dictaat ging. Het was meer een doorlopend gesprek tussen Jezus en Helen, waarin hij iets vertelde en Helen vragen stelde, of waarin hij vooruitliep op vragen in haar denkgeest. Veel van deze eerste gesprekken waren bedoeld om Helen en Bill te helpen het materiaal te integreren in hun beroepsmatig en persoonlijk leven.

Wanneer wij een informeel gesprek voeren, drukken we ons anders uit dan wanneer we iets opschrijven. Als ik een boek of artikel schrijf let ik heel goed op, bijvoorbeeld of mijn verklaringen overeenstemmen met wat ik eerder heb geschreven. Maar als ik een informeel gesprekje met iemand heb is dat anders. Dan besteed ik minder aandacht aan wat ik precies zeg. Ik denk dat zoiets ook in die eerste weken is gebeurd. Het verklaart de tegenstrijdigheden in het begin van het Tekstboek; waarom de tekst soms wat onbeholpen overkomt en zeker niet hetzelfde literaire niveau heeft als de rest van het materiaal. Bovendien was veel van wat Helen had opgeschreven persoonlijk en niet bestemd voor het grote publiek. Het was uitsluitend bestemd voor haar en Bill en moest later dus uit de tekst worden gehaald. Ook dat is een verklaring voor de haperende schrijfstijl.

Een van de tegenstrijdigheden die je aan zult treffen gaat over het onderwerp van Een cursus in wonderen: het wonder. Principe 17 spreekt over een wonder als genezing. In hoofdstuk 2 zegt Jezus echter: "Van 'een wonder van genezing' spreken, is het misplaatst combineren van twee orden van werkelijkheid" (T2.IV.1:3). Verderop in het Tekstboek wordt echter opnieuw gesproken over 'een wonder van genezing' (bijvoorbeeld in T27.II.5:2).

Deze schijnbare tegenstrijdigheid kan verklaard worden door de omstandigheden waarin het boek geschreven is. In sommige van de eerste wonderprincipes wordt het woord 'wonder' bijna op dezelfde manier gebruikt als waarop wij het over het algemeen gebruiken: als een uiterlijk gebeurtenis, zoals een plotselinge verandering in de wereld of in iemands gedrag. Maar zoals de overige principes volkomen duidelijk maken, en wat het centrale thema is in de Cursus, is dat het wonder een correctie van de waarneming is, zoals ook blijkt uit de Werkboektekst die Gloria heeft voorgelezen. Het is een correctie van hoe we waarnemen en denken.

Er zijn echter ook principes die een verandering in gedrag lijken in te sluiten. In hoofdstuk 2, waar Jezus specifiek spreekt over genezing (T2.IV), maakt hij onderscheid tussen een wonder als een omslag in denken en genezing als het gevolg daarvan. Verderop in het boek, wanneer dergelijke uitleg en onderscheid niet meer nodig zijn, is de Cursus veel poëtischer en daarom iets 'losser' in zijn manier van uitdrukken, waardoor weer de term 'een wonder van genezing' wordt gebruikt.

Een ander principe (21) spreekt over 'Gods vergeving', terwijl het Werkboek tot twee keer toe verklaart: "God vergeeft niet omdat Hij nooit veroordeeld heeft" (Wdl.46.1:1; W.dl.60.1:2). Vergeving is een correctie van een vijandige of boze gedachte. En aangezien God dergelijke gedachten niet heeft, is er in de Hemel geen behoefte aan correctie of vergeving. In het populaire gebruik van het woord spreken we echter over de vergeving van God. Een mooie passage in het Tekstboek, de Cursus-versie van het Onze Vader, begint zelfs met de woorden: "Vergeef ons onze illusies, Vader" (T1 6.Vll.12:1). Als je dus zoekt naar inconsistenties in Een cursus in wonderen zul je ze vinden. Als je ruzie zoekt met Jezus en de inconsistenties wilt gebruiken als een manier om de Cursus tegen te spreken of af te keuren, hoef je niet verder te zoeken dan de eerste twee bladzijden. Helen probeerde dat de eerste maanden ook, totdat Jezus tegen haar zei dat hij wou dat ze daarmee ophield, omdat het tijdverspilling was.

Een van de meest opmerkelijke dingen van de Cursus is overigens dat hij met betrekking tot zijn onderwijs en zijn uitspraken daarover van begin tot eind consistent is. Daar wijkt hij niet één keer van af.

Niemand van ons was blij met de titel die Jezus aan de Cursus gaf, maar het was duidelijk dat hij hem Een cursus in wonderen wilde noemen. Het wonder is dus het belangrijkste thema waarover we onderwezen moeten worden. Zoals reeds gezegd heeft het wonder niets te maken met iets buiten onszelf, met als belangrijkste reden dat er buiten ons niets is.

We gaan nu niet in op de metafysica van de Cursus, omdat we ervan uitgaan dat we de principes daarvan aanvaarden. Het fundamentele uitgangspunt van de metafysica is dat er buiten ons geen wereld is. De wereld is slechts een projectie van wat zich binnenin de denkgeest bevindt - en dan gaat het niet alleen over de wereld in het algemeen, het universum, maar ook over de wereld van onze persoonlijke lichamen. Problemen bevinden zich dus nooit in de wereld buiten onszelf, maar altijd in onze denkgeest. En aangezien dat de plaats is waar het probleem zich bevindt, kan ook alleen daar het antwoord worden gevonden. En dat antwoord is het wonder.

De beste definitie van een wonder is dus dat het een correctie is van onjuist denken of waarnemen, daarom zal Een cursus in wonderen nooit zeggen dat we iets moeten doen om ons gedrag te veranderen. In de New York Times is ooit een artikel over de Cursus verschenen waarin uitspraken van mij werden geciteerd. Ik zou gezegd hebben dat je je gedrag moet veranderen en dat daarmee je denkgeest verandert. Ik ben er zeker van dat ik aan de telefoon het tegenovergestelde heb gezegd: dat de verandering van je denkgeest een overeenkomstige verandering teweegbrengt in je gedrag. Dit betekent overigens niet dat de Cursus ons niet regelmatig adviseert om iets te doen dat een omslag teweeg brengt in ons gedrag. Maar waar het om gaat is dat we niet moeten denken dat we het probleem oplossen door ons gedrag te veranderen. Dat kan een nuttige stap zijn in de richting van de oplossing, maar het basisprobleem bevindt zich nooit in de wereld of in het lichaam; het bevindt zich in de denkgeest. Dit uitgangspunt is essentieel voor alles wat de Cursus onderwijst en waar we in deze workshop over zullen spreken. En het is vooral essentieel voor een juist begrip van het wonder. Nogmaals: de eenvoudigste definitie van een wonder is: het is een correctie van hoe we waarnemen of denken.

Een van mijn favoriete zinnen in de Cursus, die een perfecte beschrijving is van een wonder, hoewel dat woord niet wordt genoemd, is: "De heiligste van alle plekken op aarde is waar een oeroude haat een huidige liefde is geworden" (T26.IX.6:1). Iemand die we haten - en haat is de manier waarop het ego kijkt - wordt iemand van wie we houden - en dat is de visie van de Heilige Geest. We kunnen op twee manieren naar de wereld, en specifiek naar de relaties in ons leven, kijken. De ene manier is die van het ego, die steeds meer afscheiding, boosheid en schuld ziet, de boosheid rechtvaardigt en ziekte van het lichaam werkelijk maakt. Deze waarneming versterkt de basisstelling van het ego dat we afgescheiden zijn van elkaar en van God. De correctie daarvan is de keuze om met de Heilige Geest naar alles te kijken. Deze omslag van het denksysteem van het ego naar dat van de Heilige Geest is het wonder. Een ander woord voor dat proces is 'vergeving'.

Als we vergeven genezen we het probleem, omdat de basis van het probleem onze interpretatie ervan is, en deze interpretatie is gebaseerd op schuld. Al onze problemen - of ze nu fysiek, financieel of sociaal zijn - bevinden zich niet in de wereld van het lichaam, maar in onze denkgeest en ze zijn allemaal te herleiden tot een probleem met betrekking tot schuld. Een andere term voor schuld zou dus 'gebrek aan vergeving' kunnen zijn. Wanneer we vergeven worden onze problemen genezen, daarom kunnen we zeggen dat de woorden 'wonder', 'vergeving' en 'genezing' in principe hetzelfde proces vertegenwoordigen.

Een wonder is dus het antwoord op het probleem. Het probleem is schuld en alle schuld komt voort uit het geloof dat we afgescheiden zijn. Dus ook de woorden 'afscheiding' en 'schuld' zijn vrijwel synoniem, omdat het een uit het ander voortkomt.

Zijn hier nog vragen over, voordat we beginnen aan de bespreking van de wonderprincipes?

Vraag: Als je het over vergeving hebt, gaat het dan over eerst vergeven van jezelf en daarna van anderen?

Antwoord: Het basisprincipe van de Cursus is dat we onszelf vergeven door anderen te vergeven. Met andere woorden: als je een ander vergeeft, vergeef je tegelijkertijd jezelf. In onze ervaring is dit een wederzijds proces: hoe meer ik anderen vergeef, des te meer vergeven ik mij voel. En hoe meer vergeven ik mij voel, des te gemakkelijker het voor mij is om anderen te vergeven. Zoals de Cursus in zijn basistheorie echter uiteenzet vergeven we onszelf tegelijk met iemand anders, omdat dit hetzelfde is. Wanneer we het idee aanvaarden dat er buiten ons niets is, herkennen we het rechtstreekse verband tussen wat er in onze denkgeest is en wat we zien. De eerste werkboeklessen trainen ons in deze denkwijze en maken duidelijk dat er geen onderscheid is tussen wat we buiten onszelf waarnemen en wat zich binnenin ons bevindt, namelijk gedachten die de wereld maken. Onszelf en anderen vergeven is dus één en hetzelfde.

Aangezien de meeste schuld in onze denkgeest onbewust is, hebben we het nodig om eerst iemand buiten onszelf te vergeven. Want als we een probleem niet zien, kunnen we er ook niets aan doen. Meestal zijn we ons echter wel bewust van onze negatieve gevoelens ten opzichte van anderen. Als ik me dus aan iemand erger en daar op de juiste manier naar kijk, laat ik mij door de Heilige Geest leiden met betrekking tot de waarneming en het begrijpen van wat er gebeurt. Hij zal me vertellen dat wat ik jou verwijt in werkelijkheid een spiegel is van wat ik mezelf verwijt, maar dat ik niet weet wat dat is. Dit komt, nogmaals, doordat de meeste schuld onbewust is. Doordat jij in mijn leven bent gekomen en een probleem voor me bent, stel je mij in staat om in de spiegel te kijken die je in feite bent en daarin te zien wat zich in mijzelf bevindt. Door vervolgens in mijn denkgeest datgene te veranderen waarvan ik jou beschuldig, verander ik in werkelijkheid datgene waarvan ik mezelf beschuldig. De vorm kan echter anders zijn. Het gaat hier om een term die in het eerste hoofdstuk nog niet voorkomt, namelijk 'projectie': wat zich in onze denkgeest bevindt projecteren we op de wereld.

Vraag: Moet je hiervoor steeds de Heilige Geest om hulp vragen?

Antwoord: Ja, Een cursus in wonderen is er volkomen duidelijk over dat het onmogelijk is iemand werkelijk te vergeven zonder de hulp van de Heilige Geest, omdat het ego diep verankerd is in onze denkgeest. Dat wil zeggen dat onze investering in de illusie van afgescheidenheid en schuld zo groot en intensief is, dat het bijna, zo niet volledig, onmogelijk is om onze denkgeest zonder hulp van buiten te veranderen. Die 'hulp van buiten', de Heilige Geest, is in werkelijkheid hulp van binnen. In het Handboek voor leraren citeert de Cursus uit de evangeliën: "Vanuit mijzelf kan ik niets doen" (H29.4:2).

Vraag: Ik merkte dat ik iets projecteerde op mijn vriendin en ontdekte dat dit niets te maken had met mijn relatie met haar. Het betrof mijn relatie met God. Een heel andere relatie dus, maar dezelfde projectie.

Antwoord: Het gaat altijd om onze relatie met God. Het denksysteem van het ego bevat het geloof dat we ons hebben afgescheiden van God en Hem daarmee hebben aangevallen. Nu is God boos op ons en zal Hij ons straffen. Dit samenstel van gedachten staat centraal in het denksysteem van het ego en om aan de wraak van God te ontsnappen hebben we allerlei merkwaardige dingen bedacht. Het meest merkwaardige is het geloof dat we door iemand anders aan te vallen — met andere woorden: het probleem op iemand anders te projecteren — zelf van het probleem zijn verlost. Als we onze problemen met anderen eerlijk onderzoeken, zien we dat ze allemaal op de een of andere manier te maken hebben met het geloof dat de ander van ons afgescheiden is. Als gevolg daarvan geloven we dat de ander ons tot slachtoffer maakt, of omgekeerd: we voelen ons schuldig omdat we geloven dat wij hem of haar tot slachtoffer maken.

leder van ons herkent dit. We hebben allemaal dingen meegemaakt die ons hebben laten zien hoe dit werkt. Maar alles kan herleid worden tot het basisprobleem dat we geloven afgescheiden te zijn van God, wat leidt tot het geloof dat we Hem hebben aangevallen, wat vervolgens leidt tot het geloof dat we Hem tot slachtoffer hebben gemaakt en daardoor schuldig zijn. Door deze schuld naar buiten te projecteren keren we het om en geloven we dat God ons tot slachtoffer maakt. In het denksysteem van het ego is de dood het meest overtuigende bewijs van de werkelijkheid van Gods wraak. God schiep een lichaam — althans dat gelooft het ego — en vervolgens straft hij ons door het lichaam te laten lijden en uiteindelijk te vernietigen.

Dat is de rotsvaste overtuiging in ons onderbewustzijn en die projecteren we keer op keer op ieder ander. De Cursus onderwijst dat we het denksysteem van het ego beetje bij beetje af kunnen breken met behulp van alle mensen met wie we een relatie hebben, of dat nu fysiek is of alleen in gedachten. Iemand die twintig of dertig jaar geleden gestorven is kan nog zeer aanwezig zijn in onze denkgeest, omdat we pijn of andere illusies met betrekking tot deze persoon nog steeds met ons meedragen.

Verder nog iets? Goed, laten we dan maar beginnen met de bespreking van de vijftig wonderprincipes.

Het  Studiecentrum ECIW België  wil de student behulpzaam zijn bij het doen van de werkboeklessen.